Marruecos part I.
Na toch wel meer dan een maand hints droppen, komt hier dan toch datgene waar iedereen vast op heeft gewacht: het reisverslag van ‘t verlengd weekend Marokko. Toen in België en Nederland vol spanning aan het wachten waren op de komst van Sinterklaas, en belangrijker, de vele pakjes die ze zouden krijgen, pakte ik mijn rugzak om samen met partners in crime Heleen en Caroline een buiten-Europees avontuur te ondernemen. Zwemmen naar Marokko, hoewel dat misschien aanlokkelijk lijkt met de huidige temperaturen in België, hebben we toch maar gelaten en namen dan maar op vrijdag ‘n bus naar Tarifa. Op weg/zoek naar de plaats vanwaar onze ferry zou vertrekken, maakte ik een sprongetje toen ik volgend verkeersbord tegenkwam.
Tweetalig Arabisch-Spaans zowaar (jaja, ik ben een seut als het op dergelijke taalverwante zaken aankomt, en er nog trots op ook)! Nadat we zowaar de beste tapa’s ooit binnengemoffeld hadden, werd er nog een kleine vuelta gemaakt doorheen de windsurfhoofdstad van West-Europa. Flauweriken die we zijn, werd er (dwaas) geposeerd voor foto’s, een trend die het hele weekend werd volgehouden.
Het onvermijdelijke kon echter niet langer uitgesteld worden, waarop we gingen aanschuiven om onze papieren van ‘t reisbureau om te ruilen voor geldige tickets om de ferry te mogen betreden. Na een kort moment van paniek (hé, hier staat op dat we morgen de ferry al terugnemen, dat kan niet!) verzekerde één van de werknemers ons dat de datum niet uitmaakte (no te preocupes, zoals ‘k wel al duuzend keer heb gehoord hier in España). En daar stond ze dan, de catamaran die ons in een dik halfuur naar een ander continent zou brengen.
Stiekem is dat trouwens de ferry waar we mee zijn teruggekeerd, aangezien Heleen de snuggere move ‘hé laat ik al mijn belangrijke papieren uit mijn portefeuille laten vallen en ze door de wind laten meevoeren’ perfectioneerde, waardoor wij gedrieën als een bende jachthonden op speed achter de konijnen documenten aanrenden, om dan het grootste gedeelte van de overtocht al wachtend te spenderen om onze paspoorten te laten afstempelen.
Duisternis was reeds ingetreden toen ik voor de eerste maal voet zette op Marokkaanse bodem, waar een klein busje met chauffeur ons reeds stond op te wachten om ons naar hotel Chellah te brengen. De rest van de avond werd doorgebracht in onze kamer en de hotellobby alwaar we onze eerste officiële Marokkaanse Muntthee dronken, nadat we uiteraard erg exotisch hadden gegeten (lees: hamburger voor mij en kebab voor die anderen). Het licht knagende gevoel dat we overal werden aangestaard tijdens onze korte avondwandeling in Tangiers (Tánger voor de Spanjaarden onder ons) dook toen voor het eerst op.
Dat hele gedoe van goud en morgenstond was duidelijk niet aan ons besteed toen we onze de volgende dag naar ‘t ontbijt begaven, dat trouwens voldoende uitgebreid was. De zaterdag brachten we door met het verkennen van Tangiers zelf, en dat betekende vooral: de Medina. Net voordat we dat stadsgedeelte bereikten waren we niet alleen al bijna twintig keer omver gereden (Arc de Triomphe, you met your match), maar dwaalden we ook doorheen een havengebied wat duidelijk niet voor de toeristen bestemd was. Maar, de Medina! Al die kraampjes en verkopers, onmogelijk om te begrijpen totdat je ‘t hebt meegemaakt. Zoals wel geweten is, heb ik een zwak voor all things Nabije Oosten getint, maar om al die verkopers en kraampjes in de huizen samen te zien.. er klopte gewoon iets niet aan het totaalbeeld. De vloek van het toerisme, waar ik/wij door onze aanwezigheid aan meehielpen. Dat terzijde heb ik er wel degelijk spulletjes gekocht, zoals een theepot met grote onderzetter! Of het echt kwaliteit is vrees ik voor, but I love it anyway.
Aangezien Tangiers zo dichtbij het Europese vasteland ligt, zijn er al heel wat buitenlandse naties gepasseerd. Zo ook Groot-Brittanië, die toch wel ‘n tof kerkje met duidelijke Arabische invloed oprichtte, St. Andrews genaamd.
Of hoe twee culturen samengebracht worden.
‘k Vond het trouwens fan-tas-tisch dat de meeste mannen in Marruecos rondliepen gekleed als halve tovenaars. Nee, dat is niet beledigend bedoeld en ja, ik twijfel er niet aan dat ‘t een religieuze betekenis heeft. De wereld zou er heel wat vrolijker uitzien mochten meer mensen lange jassen met een puntkap zouden dragen! But maybe that’s just me.
Er werd trouwens serieus overwogen (door mij toch in ieder geval) om in bovenstaand Escheriaans (één van de eerste gedachten toen ik ‘t zag) huis te gaan wonen. Schoonheid in het midden van een stad die overgenomen werd (en wordt) door moderne gebouwen. Toen ik deze foto nam stond ik trouwens in de tuin van het Museum van de Moderne Kunst, en tussen de muur en de omheining liep wel degelijk nog een straat. Oh perspectief where art thou?
Dag twee van het Marokkaanse avontuur werd afgesloten met authentieke decadentie: het Da Vinci café.
Ja, dat smaakte.
In het tweede deel van dit reisverslag zal U omver geblazen worden met verdere avonturen, dus ga alvast op zoek naar een parachute! Of euhm.. zo.
‘t Is weer de tijd van het jaar.
Voor de hoger onderwijs studenten onder ons toch. Januari betekent examens! Mijn eerste zal plaatsvinden op vrijdag 23 januari en het laatste op 2 februari. Op 4 februari zal ik dan in namiddag richting Málaga vertrekken om op 5 februari in de vroege morgen het vliegtuig te nemen naar België. ‘Wat, komt die nu al terug ofwat?!’ zal je misschien denken. Inderdaad, de bijna vijf maanden hier in Spanje zijn -om het erg clichématig te zeggen- omgevlogen. Gelukkig heb ik nog heel wat ongetypte verhalen in mijn mouw zitten, naast de aap die daar al een tijdje woont, kwestie woordelijk te kunnen nagenieten.
Om ook niet tijdens mijn examens om de haverklap naar de supermarkt te moeten gaan, deed ik vorige week (erg) grote inkopen in een niet nader genoemd grootwarenhuis. In al mijn ohikvergeettochnikslaatikdatmaarmeenemen-bui, denk ik zelfs dat ik iets te veel vlees en vis heb gekocht. Geen nood, er zijn gelukkig genoeg mensen in de buurt met een gezond hongergevoel.
Ohja, iets wat ik nog niet vermeldde en toch wel belangrijk is in feite: de Ouders waren in Spanje! Wel aan de andere kant van Andalusië, naar Spaanse maten een boogscheut dus. Het wederzien ging vooral gepaard met het overhandigen van veel te veel koekjes (niettemin bedankt bomma en bompa!) en zwemmen in een onverwarmd buitenzwembad. ‘Loca’ noemde één van de andere hotelgasten me, maar dat is al niks nieuws meer: na enkele weken hier werd het voor mijn Erasmussende medemensen al vlug duidelijk dat niet alleen Juana die bijnaam verdient.
Maar, ik moet dringend nog wat bijslapen, wat bij deze dan ook gedaan wordt.
(Zo is er wel het bewijs, maar niet genoeg opdat ze op straat herkend zouden worden: één van mijn betere ideeën.)
2008
Voordat ik bloggewijs begin aan het nieuwe jaar, dien ik nog enkele zaken uit 2008 te vermelden die.. nuja, het vermelden waard zijn. Zo was er een soort kerstdiner met een groepje overgebleven Erasmusstudenten die a) niet teruggevlucht waren naar hun thuisland en b) niet op reis waren doorheen Europa. De mensen die wél gingen reizen in de Oude Wereld reduceerden ons landje tot twee plaatsen: Brugge en Brussel. Om even de zaken te relativeren enkele fun facts: Andalusië, één van de 17 comunidades van Spanje is qua oppervlakte drie maal groter dan België, maar heeft wel 2 miljoen inwoners minder. De provincie Cádiz bestrijkt dan weer ‘n 7500 km² met 1 200 000 inwoners, terwijl mijn geliefde Limburg amper de 2500 km² haalt met een trotste 826 000 wereldburgers ter beschikking. Maar dat even geheel terzijde. Voor dat kerstdiner maakte ik dus tiramisu. Als recept raadpleegde ik enkele sites, om uiteindelijk ergens het gemiddelde van al deze bronnen te nemen. Wetenschappelijke bronnenverantwoording is voor mietjes wetenschappers. Als de goedheid zelve die ik bij momenten ben, deel ik gaarne ‘t recept met jullie.
Wat moet daar in?
- 150g witte kristalsuiker
- 500g mascarponekaas (toen ik hier naar op zoek ging in Spanje, keek iedere winkelbediende me aan of ik niet van België, maar het Andromedastelsel afkomstig was. Uiteindelijk redde de grootste supermarkt me.)
- 4 eieren
- Speculaaskoekjes (ik gebruikte er 22 lange, maar enkel omdat ik de rest reeds ervoor had opgegeten en het aanbod aan speculaas redelijk beperkt is hier, het hangt dus van je voorraad en smaak af)
- Amaretto / Disaronno
- Een soepbord straffe koffie (in mijn geval Nescafé oploskoffie)
- 2 à 3 ’staafjes’ pure chocolade (weeral, bij gebrek aan zin om cacaopoeder te kopen en teveel -hoewel dit relatief is uiteraard, hoe kan je nu te veel chocolade hebben- aan pure chocolade, verwerkte ik dit laatste in mijn versie)
Wat moet ik doen?
- Zoek een Poolse kotgenote die na vol medelijden toekijkend hoe jij sukkelend het eerste eigeel van het eiwit scheidt, hetzelfde doet met de rest van de drie eieren, alleen iets handiger. Laat de vier eiwitten nog even apart staan en neem de diepe ronde kom waar diezelfde Poolse deerne toevallig de eigelen in deponeerde ter hand.
- Zoek in de keukenkast een handklopper (het mag een andersvalide zijn zoals de onze, waarvan één van de ijzeren bogen gebroken is) en klop de eigelen met de geleidelijk toegevoegde suiker tot een schuimig geheel.
- Zoek in je frigo (met vijf mensen een frigorífico delen valt dat op vlak nog best mee, het heeft nog geen L’auberge espagnole achtig niveau bereikt) de mascarpone en meng deze per twee soeplepels aan het verkregen schuimige suikereigeelmengsel totdat de potjes leeg zijn en je Poolse kotgenotes reeds verlangend naar het nu gebroken witte mengsel lonken. Schuif deze kom aan de kant en..
- Zoek tussen de keukenrommel de andere kom met de eiwitten. Neem daarop de antieke roestige elektrische klopper (of een fancier keukenapparaat) in je rechterhand voor de rechtshandigen, de kom stevig vastgeklemd tussen je linkerarm en buik en combineer de twee op de meest logische wijze (don’t be a smartass) totdat het eiwit stijf is. Het mijne doorstond de ikhoudekombovenmijnhoofd-test (uiteraard nadat ik dit eerst heel voorzichtig voor-probeerde boven een andere kom).
- Zoek een spatel en meng voorzichtig het eiwit met het ondertussen van de kant geschoven suikermascarponeëigeelmengsel. Proficiat, je bent klaar met het moeilijkste gedeelte.
- Zoek een kom of schotel (ik gebruikte een glazen, rechthoekige ovenschotel) waarin je de tiramisu wil maken. Ondertussen heb je uiteraard de koffie reeds gezet en in een soepbord gegoten om te laten afkoelen. Hier giet je dan een hoeveelheid X Amaretto bij (‘n tweetal soeplepels of 5 ml lijkt een algemene consensus te zijn, maar dat zijn dan ook mietjes), naar eigen gevoel.
- Zoek je innerlijke sterkte om de drang te beheersen om niet onmiddellijk de speculaas in het stijfeiwitsuikermascarponeëigeelmengsel te dopen en alles te verorberen. Dompel daarentegen de koekjes (de hoeveelheid hangt af van de grootte van je schotel/kom) één voor één kort onder in de lauwe koffie en schik ze op de bodem van de kom, in de lengte volgens de zebrapadregel (één koekje, één opening zo groot als de breedte van een koekje, één koekje, enzoverder). Smeer het mengsel over de koekjes totdat ze ruim bedekt zijn en begin dan aan de volgende laag koekjes. Ga zo door totdat de koekjes of het mengsel op zijn/is, maar zorg er steeds voor dat je met een laag mengsel eindigt.
- Zoek het scherpste mes in de lade (hiphoi voor taalhumor), snij de chocolade in zo klein mogelijk schilfers en strooi ze *niet* over je schotel tiramisu. Doe dit pas nadat je schotel minstens vier à vijf uur in de frigo heeft gestaan en er nog iets van overblijft.
Met een beetje geluk (echt, een heel klein beetje is genoeg, aangezien dit een vrij eenvoudig nagerecht is, alleen uitkijken met die eiwittest) krijg je het volgende resultaat:
Maar er werd niet alleen gefeest en gegeten tijdens de kerstvakantie hoor. Op 21 december (niet toevallig de eerste dag van de winter) ging ik zwemmen in mijn geliefde Atlantische Oceaan. Foto’s of het is niet gebeurd hoor ik daar iemand zeggen?
Na zo’n verfrissende duik werd er uiteraard gefrisbeed en totaal onspontane springfoto’s genomen.
Mijn sportieve zelf beperkt zich hier echter niet tot het occasionele gezwem, maar doet ook aan Oriëntaalse dans. Zo was er een soort intern optredentje met alle groepen voor elkaar. Aangezien ik geen foto’s van mezelf kan nemen als ik meedans en nog -bijna- niemand vertrouw met mijn relatief nieuwe camera, zal u ‘t moeten doen met de groepsfoto, genomen door een persoon die duidelijk geen idee had van kadrering.

Maar ik heb veel te vroeg les morgen, en dus volgen de Avonturen in Marokko de volgende keer!
El Señor de los Anillos.
Ik besef nu pas dat deze middag één van mijn Spaanse klasgenoten ‘Namárië’ tegen me zei i.p.v. ‘Hasta luego’. Niet omdat ik niet meer wist wat het betekent, maar wel omdat het totaal niet in de situatie/context paste en ik niet had verwacht dat iemand hier afscheid van me zou nemen in het Quenya (buiten misschien die ene Duitse Erasmusstudente die helemaal te vinden was voor het idee van een marathon met de verlengde filmversies).
Zo’n vreemde en totaal onverwachte gebeurtenissen make me happy.
Op weg
naar Marruecos! Samen met de twee knapste grieten uit Leuven, H. en C.. Dit wordt mijn eerste keer buiten Europa, en het is een understatement te zeggen dat ‘k het wel spannend vind.
‘t Zit zo.
Alle aliens en piraten ten spijt: hier volgen de échte redenen waarom het zo lang duurde voordat er iets online verscheen. Zelfs Paul Pampers had het niet kunnen verzinnen.
1) Mijn fotocamera heeft een drietal weken terug de geest gegeven. Niet spontaan, maar wél na een val op de grond. Mijn hart brak samen met de lens. Aangezien ik een eeuwig twijfelgeval ben, is er nog geen nieuwe aangeschaft (het verdriet is nog te vers! de wonde nog niet geheeld!). Gelukkig lopen er hier nog duuzend andere mensen met een digitaal vastleggeval rond, zodat ik ongestoord foto’s van hen in mijn tekst kan tussenschuiven (om later geen copyright rechtszaak aan mijn rok te krijgen: Gosia, Heleen en Caroline zijn de fotodonoren).
2) Ik ben al een drietal weken ziek. De eerste dagen echt ikwilnietmeeruitmijnbedkomenenrustigeenbeetjesterven (niettemin ben ik naar al mijn lessen geweest én naar de sportactiviteiten, onstopbaar heet dat, ofwel gek -daar ben ik nog niet uit-), maar daarna ging het weer beter, vooral dankzij een poeder dat Frenadol heet en vreemd smaakte maar wel ietwat geholpen heeft. Dacht ik. Sindsdien fluctueert het nogal. Tijdens het weekend snotter en hoest ik meer, maar als het dan dinsdag is, ben ik er weer bijna bovenop, om dan weer bergaf te evolueren. En nee, het heeft niets te maken met uitgaan tijdens weekends, want dat heb ik speciaal ingetoomd omwille van de logische redenen. Tot de dag waarop ik mezelf kan overtuigen om toch maar bij zo’n Spaanse kwakzalver dokter langs te gaan, blijf ik multivitaminensap tot mij nemen en clementinekes verorberen alsof het reeds Sinterklaas’ verjaardag was.
Toegegeven, in een moordonderzoek in één of andere fancy Amerikaanse serie zouden al deze redenen als circumstantial beschouwd worden. Al maar goed dan dat ik dezer dagen in een Spaanse telenovela vertoef.
Dat allemaal terzijde hebben er zich uiteraard allerlei avonturen afgespeeld hier in het nog steeds zonnige Cádiz! Als de goede Europeanen als we zijn, werd er volop Halloween gevierd (euhm..). Zelf ging ik voor één nacht door het leven als Luna Lovegood (G00gle is je vriend, indien je tot de groep behoort die zich diep, heel diep zou moeten schamen en niet weet wie deze figuur is). Aangezien poseren als een tweede natuur voor me is (ik ben weer hilarisch vandaag), beginnen we met een erg spontane foto van ondergetekende.

Omdat alleen Halloween vieren ook maar zo alleen is, nam ik de ondertussen al vertrouwde bende mee (minus mevrouw C., die tijdens All Hallow’s Eve in andere oorden vertoefde). Foto’s hoor ik daar roepen van op de achtergrond! U vraagt, wij copy – pasten.
Gezichtsexpressie is wel mijn ding. Hoewel volgend stukje beeld anders doet vermoeden, kom ik erg goed overeen met Aga, één van de twee Poolse kotgenoten. Ik zou ook niet anders durven, ze is namelijk de nummer twee van Polen in karate (in haar gewichtsklasse), met al deelnames aan het Europees kampioenschap op haar palmares. Jawadde.

Aangezien altijd maar vanuit één perspectief foto’s nemen na een tijdje wat saai wordt, herinterpreteren Gosia en ik de ondertussen beruchte Myspace-vogelvariant.

Als mijn geheugen geen tricks met me speelt, ging ik die nacht ook voor de eerste (en wat mij betreft laatste) keer naar ‘La Punta’. Naar de beschrijvingen van andere Mussers zou dat hét Mekka zijn van het uitgaansleven in de Casco Antiguo, en ik moest me schamen dat ik er nog nooit was geweest! Voor een keertje bezwijkend onder de peer pressure, liet ik me op sleeptouw nemen en vertrok aldus naar het Alhambra van de parties. Wat een marginale bedoeling, was de eerste gedachte die in mij opborrelde. Mijn oordeel met alle moeite van de wereld toch maar uitstellend, betrad ik één van de in een lijn opgestelde discotheek/danscafés. De horror. DE MUZIEK STOND ER ZO HARD DAT IK DACHT DAT IK SPONTAAN DOOF WERD EN HET WAS FYSIEK ONMOGELIJK OM IETS TEGEN EEN ANDERE PERSOON TE ZEGGEN. Over de muziek zelf: ik acht ‘t onnodig om daar meer over uit te weiden dan: lawaai. De hitte en de overvloed aan vervelende mensen laat ik passeren. Maar het is toch onmogelijk dat ‘t zo vreselijk was, zie ik een lezer denken. Toegegeven: de locatie was wel indrukwekkend, alle (mini-)discotheken waren gevestigd onder/in een oude stadsmuur (of iets aanverwant). Hier ligt ook de wortel van mijn verkoudheid denk ik zo: mijn lichaam was zo gedegouteerd van de ervaring, dat het zich al drie weken er van probeert te ontdoen (kwestie vooral niet overdramatisch te zijn)!
Maar het is niet alles feesten wat de klok slaat hier in het Zuiden! De twee Poolse deernes (you gotta love that word) en ondergetekende zijn ook cultuur gaan opsnuiven (‘t is precies wel de blogpost van de cliché uitdrukkingen) in de vorm van straattheater. Jammer genoeg stonden die foto’s nog op mijn camera toen deze laatste genoeg had van het leven en zich op een harde tegelvloer wierp. Het is me pas enkele dagen geleden gelukt om het geheugenkaartje er uit de prullen, met het gevolg dat ze nog in onveranderde (lees: duuzend MB grote) versie op Ginerva (= naam laptop) staan. Om alvast een voorproefje te geven:
Jaja, het is alwéér een halve close up van Gosia en die Limburgse. Maar op de achtergrond! UFO’s! En iedereen maar denken dat ‘t verhaal over de ontvoering uit de duim gezogen gezever was, niets is minder waar! De blauwe lichten zijn het bewijs. Circumstantial uw bakkes ja!
Jammer genoeg roept nu de plicht, een taak voor Antropología Lingüística, over manipulatie. Interesantísimo, zoals hier al wel eens iemand uitroept, en voor ‘n keertje is ‘t niet ironisch bedoeld.
Chocomelk.
Ik wou deze post beginnen met een spectaculaire reden waarom het wederom zo lang duurde dat ik geen post had getypt. Een eerste mogelijkheid was dat ik gedurende bijna drie weken ontvoerd was door aliens die allerlei proeven waarover ik niet wil praten op me hebben uitgevoerd en ‘t onmogelijk was om contact te zoeken met de buitenwereld. Deze versie werd door mezelf echter al in een vroege stage afgevoerd aangezien ik wel mails heb verstuurd, verschenen ben op allerlei andere internetgerelateerde toestanden en de mensen hier in Cádiz me toch elke dag tegenkwamen in de les en in mijn pyjama van Kermit, voor zij die een piso met mij delen. Een oplossing voor deze lacune is het bestaan van een changeling (ook een nieuwe film met mevrouw Jolie, bij deze meld ik ook dat ‘k een hoedje hebt gekocht in ietwat dezelfde stijl, niet omdat het voorkomt in de film die ik toch nog niet heb gezien -zo’n fangirl ben ik nog nét niet- maar wél omdat gewoon té schattig was om te laten staan -bij deze is de fashionista kant van mijn persoonlijkheid ook weer tevreden gesteld-) die al die tijd mijn plaats heeft ingenomen maar mijn paswoord niet wist en dus onmogelijk in mijn plaats iets kon placeren. De gedachte echter dat er een dubbelganger met even flauwe mopjes zou rondlopen op deze aardbol, is iets dat het universum niet zou kunnen verdragen vrees ik. Mogelijkheid nummer twee was dat Cádiz was overgenomen door piraten en we allen gedwongen werden om heelder dagen naar Hans Zimmer te luisteren en Arrr te schreeuwen (iets wat bij nader inzien nog wel dolle pret zou zijn), maar dat kan qua geloofwaardigheid in dezelfde categorie als de aliens geplaatst worden. De enige waarheid is dat er geen echte reden is waarom er geen autobiografische literatuur woorden van ondergetekende de wijde wereld in werden geworpen (kijk die -halve- alliteraties, een letterkundige zou er bijna van kunnen huilen, bijna). Dat is dan ook afgehandeld.
In mijn vorige woordelijke uitspattingen heb ik nogal laten uitschijnen dat Erasmus één groot feest is, Spanje het paradijs en mijn appartament vergelijkbaar met het Alhambra. Embrace yourself voor de teleurstelling: niets is minder waar. De bedoeling was om dit alles via uitgebreide voorbeelden duidelijk te maken, maar ik heb net melk opgewarmd waar ik te veel cola cao poeder heb ondergemengd en met dat achter de kiezen ga ik nu toch wel niet slapen zeker, de anticlimax.
Bijpraten.
Een les die onverwacht wegvalt, is altijd een leuke verrassing. Zo heb ik een klein uurtje de tijd om hier wat langverwacht gezever te plaatsen. Even erbij vermelden dat ik al schrijvend op het terras zit. De zon is wel al bijna achter de muur van één van omliggende huizen verdwenen, wat niet betekent dat het niet even zalig is om hier een poosje te verblijven. Er was zelfs al bijna burenruzie ontstaan omwille van het terras, maar zoals zo vaak ging het allemaal om één groot misverstand.
Wat is er ondertussen al allemaal gebeurd in Cádiz? Een heleboel, dat kan ik je al op voorhand meedelen. Zo hadden we twee of drie weken geleden (de tijd lijkt hier anders te werken dan in België, vooral omdat ik in het weekend niet naar huis keer en er daarom een zekere structuur die er anders was, ontbreekt) een vrije dag bij de universiteit omwille van één of andere patroonheilige. Goede student als ik ben, had ik me er natuurlijk niet te veel bij afgevraagd en dankbaar dit extra dagje rondstruinen in Cádiz aangenomen. Tot opeens ’s avonds, al zittend op mijn kamertje, een zeer sterke wierookgeur me tegemoet kwam. Ik riep de Poolse meisjes erbij, en bleek er toch wel niet een processie door onze straat te trekken, met een toch wel redelijk indrukwekkend beeld, rondgedragen door enkele mannen.

Oké ja, eigenlijk wist ik goed genoeg dat er een dergelijke processie langs mijn raam ging passeren, maar dat zou toch heel wat minder hebben bijgedragen tot de spanning?
Wat is Erasmus zonder de bijhorende feesjes (verplicht zonder -t- in mijn woordenboek)? Juist, nada. Zo wordt er wel regelmatig naar Nahu gegaan om een danske te placeren. ‘t Is nu niet echt een bar die ik als stamcafé zou willen hebben, maar klagen is voor Nargles. Scheve foto’s kunnen bij zo’n momenten uiteraard niet ontbreken.

Zo kunnen jullie allen een eerste blik werpen op Heleen, ook één van de Leuvense (hierop maak ik dezelfde vertrouwde ‘beweging’ als Craig Ferguson bij de vermelding van NBC -remember: ‘t is maar om te lachen hé-) studenten die ook la belleza van Cádiz hebben ontdekt.
Feesjes en processies zijn wel goed als randopvulling, maar het échte werk, dat is toch iets anders. Daarom werd er dan ook besloten om een roadtrip te ondernemen doorheen de provincie Cádiz, de meeste zuidwestelijke provincie van Andalucía. Aangezien het onmogelijk is om àl mijn foto’s in één blogpost te rammen, verwijs ik jou, de lezer van dit stukje weledel gezever, door naar mijn photobucketgedoe, waar ik voorlopig nog mijn foto’s virtueel opsla.
Maar, de roadtrip. Ge-wél-dig. Voor iedereen die ‘t volgende gesprek herkent:
‘tiens schat, waar zouden we dit jaar eens op vakantie gaan’
-’goh, ik weet het niet. Er is een nieuw ijssalon geopend in Oostende?’
STOP daar maar onmiddellijk en ga gewoonweg naar het Zuiden. Nee, ik word niet betaald (I wish) om reclame te maken voor deze streek, wat alleen maar mijn mening ten goede komt uiteraard! Of hoe ik ook slechte redeneringen maak. Maar de roadtrip! Die uitzichten, die stadjes, die natuur! Hier volgt een kleine reeks indrukken die ik mocht beleven en waarvan ik jou, lieve lezer, uiteraard niet van wil onthouden.

De auto waarmee we de trip ondernamen, en die het heeft overleefd, hoewel iets vuiler dan in ‘t begin.

Verboden voor gehandicapten in Arcos de la Frontera! Euhm, wablieft?

Wat is een roadtrip zonder ruïnes, helemaal niks ja!

Die uitzichten toch, increíble.

Vejer de la Frontera op een heuveltop. Prachtig stadje toch wel.

De andere Reisgenoten, hoewel we nooit met negen waren (even een culturele verwijzing aldaar). Een toffe dag was het wel ja.
Ik wil trouwens ook vermelden dat ik hier qua koken erg strak bezig ben. Ik geef toe dat ik hier ook al eens een pizza in de oven heb gestoken, maar tegenover dat staat dat ik ook al aardappelgratin heb gemaakt! En macaroni met hesp- en kaassaus! En vele andere dingen! Even vermelden dat broccoli trouwens een heel dankbare groente is om te bereiden en bovendien supergemakkelijk. Ik wist dat ik ‘t lekker vond voor een reden. De rest van de huishoudelijke taken die mammie anders op zich neemt lukken ook wel redelijk. Hierbij verwijs ik vooral naar het wassen van kleren. Voorlopig (ik zoek instinctief naar een stuk hout om vast te houden) is er nog niets gekrompen, verkleurd of verdwenen. Dat vind ik al een grote overwinning op zich.
Voor zij die denken dat ik enkel omga met de Belgen van hier: niets is minder waar! De Poolse kotgenotes heb ik al enkele keren vermeld, Franse en Duitse ventjes zijn hier niet te ontlopen, maar we houden het niet bij Europa. Bij hierboven afgebeelde Heleen zitten ook enkele Mexicanen op kot, die nooit ontbreken op de feesjes. Zo zochten we op een dag naar wat afwisseling van the usual locations en gingen we naar Bar Cuba, waar ze -eerlijk waar- de beste mojito serveren, van al diegene die ik tot nu toe heb geproefd, wat er uiteraard heel erg weinig zijn. Zoals altijd tegenwoordig, waren ook daar fotocamera’s aanwezig, en bijgevolg ben ik moreel verplicht er één met de wereld te delen.

Te zien zijn: Alejandro, Fabiola (door mij ‘Su Majestad’ gedoopt, vanwege de overeenkomst mijn onze koningin) en die Limburgse.
Dit was vorige week dinsdag (ik breng het nieuws op speedtempo!). Sindsdien ben ik trouw naar mijn lessen geweest, heb mijn taken gemaakt en ook naar de bibliotheek geweest hier, zowel de stedelijke als de provinciale. Want ja hoor, ik heb mijn bibliotheekkaart kunnen verkrijgen dankzij mijn coördinatrice van hier. De aanhouder wint! Of hoe ik even erg cliché kan klinken. Ik had tegen mezelf gezegd dat ik maar één niet-universitair boek zou meebrengen, omdat ik zo al genoeg heb om te lezen, maar ik had het eigenlijk moeten weten dat ik er niet aan zou kunnen weerstan. Zo bracht ik dus de hele Cronicles of Narnia mee (gebonden in één boek weliswaar), Inkheart, On the Road en Order of the Phoenix (ja, die heb ik recent nog gelezen, maar ik had er gewoon zin in, sorry hé). Dat belooft.
Andere activiteiten die er sinds het bibliotheekbezoek zijn gebeurd: een flamenco-optreden, een erasmusfeesje (wat een nieuwigheid), straattheater op la plaza de la Catedral (heel erg indrukwekkend) en lang uitslapen. Jammer genoeg is, door mijn ondertussen wel gekende onhandigheid die ik bij tijden als deze fameus vervloek, mijn fotocamera op de grond gevallen en wil de lens niet meer sluiten of volledig opengaan. Ik denk -en hoop vooral- dat het echt alleen aan de lens ligt er ik de camera hier ergens kan binnenbrengen om te laten herstellen. Een nadeel hiervan is dat ik mijn meest recente foto’s niet op de computer kan uploaden, dus hier zullen jullie even op moeten wachten. Tot zover in de avonturen van ondergetekende in het nog steeds erg zonnige Zuiden (ja, ik vermoed dat het normaal zonder hoofdletter is, maar dit ziet zo veel fancier uit).
—————
Noot van de auteur: de tekst werd geschreven rond 17h en de foto’s naderhand toegevoegd, kwestie de tijdlijn wat in kaart te brengen.
Stormy weather.
Amai, dan word je om vier uur ’s nachts wakker en lijkt het wel alsof elk moment het hele gebouw gaat instorten. Het waren niet de gigantische eekhoorns van overlaatst, maar de meest luide regenstorm ever. Dan word je om acht uur half en half wakker en hoor je de buurman Tom vloeken en in de weer met een emmer en dweil (zoals later zou blijken stond zijn hele kamer onder water) en vrees je even voor al de spullen die je toevallig op je vloer had achtergelaten. Voorzichtig kruipt één van je voeten daarop van onder de heerlijk warme deken, op zoek naar het belangrijkste: de adapter van je laptop. Na bevestiging dat deze en de omgeving er onmiddellijk in de buurt H2O-vrij is, vlucht je voet zo vlug als ‘ie kan terug naar de veilige Wereld der deken, om dan samen met de rest van het lichaam opnieuw in slaap te vallen. Wanneer tegen elven twaalven (hé, ‘t is weekend voor iets) zelfs de Wereld je niet meer kan verleiden, en ‘t nachtlampje de kamer verlicht en je naar het raam wil wandelen, voel je toch opeens nattigheid. Blijkt dat er tóch water in je kamer staat, maar enkel in het centrum en een niet al te grote plas. De grote houten ramen met het balkonnetje zijn opeens iets minder romantisch en schattig, gelukkig was het geen probleem dat enkele handdoeken niet konden oplossen. Zodoende: het stormt dus ook in Spanje.
Over schaapjes en appels.
En mijn virtuele stem keert weder, en nu iets vlugger dan ervoor. De woensdag van de kot-warmingparty was er nog iets belangrijks gebeurd: het Erasmusontbijt! Met de kotgenoten vertrokken we dan ook ruim *kuch* op tijd naar het indrukwekkende gebouw van de economiefaculteit, waar we plaatsnamen in een soort cinemazaal. Enkele belangrijke personen van de universiteit (lees: rector en toestanden) heetten ons welkom en vertelden ons niks nieuws. Een wenkbrauwoptrekking was de opmerking dat er 1000 Erasmusstudenten studeren aan de verschillende campussen van de universiteit wel waard. Als tussenvoegsel kregen we een flitsend reclamefilmpje te zien over de universiteit van Cádiz, die, buiten het vermelden dat er een James Bond film gedeeltelijk opgenomen is op het strand, nul inhoud had, maar zeker wel geapprecieerd zou zijn door de grafische ontwerpers onder ons.

Hier zie je hoe ik Gosia afleid door iemand een foto laten te nemen en stiekem een koffiekoek wegmoffel. En hoewel de Spanjaarden hier wel hun best doen, de patisserie van hier moet toch fameus onderdoen voor de Belgische bakkers. Nog zoiets! Hier bestaat dus geen brood in de zin van ‘hallo, een grijs dungesneden en een multigranen asjeblieft’. Met veel geluk kan je een wit brood met knoesten van sneetjes ontdekken onder de stokbroden en links van de krakers, wat ik hier dan ook over ‘t algemeen eet. Had ik ‘n keer een granenbroodje ontdekt, rekenen ze daar belachelijk veel geld voor aan. Oh Belgisch brood, u wordt gemist! In de namiddag na het ontbijt en voor de party werd er languit op het strand gelegen en naar de groene boei gezwommen (even een insider daar, geen mopje, want er ligt effectief een groene boei een heel eind in de zee, waar uiteraard bijna elke keer naartoe gezwommen wordt).
Zoals sommige van jullie weten (ja, ik ga ervan uit dat niet alleen mammie mijn blog leest) hou ik er nogal van om me te verkleden, liefst nog in kader van een gala nocturna, fantasy convention of larp toestand. Wat een toeval dat er toch wel niet vorig weekend een ‘Salón de Manga’ plaatsvond in Cádiz en dat mijn kotgenoot Hector een gigantische Dragonball Z fan is!

Voor zij die een beetje verloren zijn bij het concept Manga of Anime: G00gle is je vriend. Ikzelve cosplayde (wat zoveel betekent dat ik me heb verkleed als een personage uit een comic / animation serie -omdat tekenfilm zo infantiel klinkt-) als Misa Amane uit Death Note. Ik denk dat mijn rode appel minstens duuzend keer is gevallen en bijna evenveel keer aangevallen door mister Hector. Uiteraard was ik niet de enige die zo zot was om zich te verkleden. Zo kwam ik er toch wel niet the Joker tegen? Een voetnoot hierbij is dat R. op mijn afscheidsfeestje eigenlijk een angstaanjagendere Joker neerzette, minder overdreven make up in ieder geval. De Spaanse had in ieder geval de houding juist.

De magic trick met het potlood heeft hij jammer genoeg niet overgedaan (voor zij die met een bedenkelijke blik naar hun pennenzak kijken en geen idee hebben wat ‘n potlood nu mis kan doen: kijk de film en wees verlicht!). Iets minder aan het hele avontuur: ik had schoenen geleend van Heleen (een studente uit Leuven), maar dat resulteerde wederom in blaren. Ik leer het ook nooit.
Maar dat alles vergaat in het niets bij het hoogstaande bezoek dat Tom en ik ontvingen uit Sevilla vorig weekend! Niemand minder dan twee andere Antwerpse studenten: Klaartje en Tim! Onze eerste logische activiteit was naar het strand en zwemmen, aangezien de arme Sevillaanse schaapjes geen oceaan in hun achtertuin hebben liggen. Toen we daar van terugkeerden, gebeurde er iets geheel onverwachts te huize Cobos.

Het ongelooflijke is niet zo zeer dat de Poolse meisjes frietjes aan maakten (we konden er zelf niet aan weerstaan), maar ze wouden ze maar één keer bakken! Zo’n heiligschennis konden we natuurlijk niet toestaan en na veel overtuigen zijn dan toch overgegaan tot het voorbakken en afbakken en ze gaven het toe: de frietjes smaakten veel beter! Bewijs nr. 1 dat België de échte frietjesnatie is. Na dit voorgerecht gingen die vier van ‘t Stad voor de eerste keer (in mijn geval toch) paella eten! Waar de kok zijn kruiden had gestoken weet ik niet, maar toch ieder geval niet in mijn paella met zeevruchten, die niet schitterend was, maar ook niet té onsmakelijk om te laten staan.

Als een soort voorgerecht kregen we ook brood en stokjes (wat we niet hadden besteld, maar wel voor moesten betalen, zoek de logica) en er kwam een vervolg op het käseflips von crusticroc-moment, voor de gelukkige personen die dat hebben mogen meemaken.

Het zijn weer die van Antwerpen zeker? Na zo’n overvloedige maaltijd moeten al die calorieën er afgewandeld worden. Zo kwamen we langs vele mooie gebouwen en grote bomen die wel weggewandeld lijken uit Lord of the Rings.

Net buiten beeld stonden 5 gigantische eekhoorns klaar om aan te vallen. Echt waar!

Grote boom, kleine meisjes. De wandeling bracht ons allen vervolgens naar San Sebastian, een fort waar ik bij daglicht eens foto’s van ga maken. Quite impressive.
Zondag (aah, de chronologie) zijn de Sevillaanse schaapjes nog wat op het strand gaan liggen en hebben verder den toerist uitgehangen. Zelf ben ik -als mijn geheugen me niet in de steek laat- een ijsje gaan eten met ‘n groepje Mussen (heb je ‘em), om naderhand de kudde weer te vervoegen (de beeldspraak, waar blijf ik ‘t toch halen).

Omdat random foto’s nu eenmaal dolle pret zijn.

Mijn eigen persoonlijke versie van ‘Waar is Waldo?’ met de immer charmante Gosia op de voorgrond.

Ooooh, ain’t international friendship grand?
En nu ga ik naar het frietenfestijn (oh, alliteratie is my middle name) bij Caroline, in de hoop dat het niet gaat regenen. Want uiteraard heb ik geen jas en geen paraplu ingepakt, ahnee, ik zit toch in Spanje en daar regent het noooit. Yeah right, de mensen die dat beweren moeten toch maar eens afkomen naar Cádiz (als in: bezoek is steeds welkom, behalve in de weekends dat ik in andere steden vertoef)! Ik moet misschien wel ‘n beetje nuanceren: op de bijna vier weken dat ik hier nu ben heeft het misschien drie of vier dagen geregend en voor de rest scheen het zonnetje bij +25°C. Oh ja, ik wrijf het er erg graag in, maar zoals gezien kan worden op de foto’s zit bruin worden er voor mij duidelijk niet in. Ik zal precies altijd de Limburgse Witte blijven.