En wat hebben we geleerd dit weekend?
Wanneer je op zondagmiddag een Honda Camino (bromfiets klasse A met Klasse) aan de gang loopt i.p.v. trapt (met de gedachte dat je gisternacht wel 15 keer probeerde voordat de motor aansloeg), is het belangrijk dat:
Eén: eenmaal dat de motor vroemvroem zegt, je de gashendel los laat en niet (ik herhaal niet) in een vage supermanbeweging er achter blijft hangen.
Twéé: je de aanloop neemt op een terrein waar veel plaats is (liefst een parking of startbaan van een vlieghaven) en niet (ik herhaal niet) op de klinkers in de achtertuin waarbij de rechte lijn eindigt tegen de buitenmuur van de keuken.
Drié: wanneer je dan toch crasht en je rechter bovenarm en onderrug aanvoelen alsof er een pletwals over heeft gereden en je linkerknie wat geschaafd is, neem dan vooral geen (ik herhaal geen) zware koffer, rugzak en extra zak met een inox emmer mee naar je kot in Antwerpen.
Graag zie ik jullie terug bij de volgende aflevering van ‘Hoe ondergetekende er toch steeds in slaagt om op de meest originele dwaze manieren onderuit te gaan’ .
It’s friday.
‘n (rookvrije!) Barak (niet de president), ‘n Palmke in mijn hand, goeie muziek en aangenaam gezelschap. Meer hoeft dat op een vrijdagavond niet te zijn.
Bijna.
Het is bijna zo ver. Nog minder dan 24 uur en het warme zuiden zal voor 4,5 maand mijn thuis zijn. Pas op, het besef is er nog niet echt. Het koffer is wel gemaakt, net als de hoeveelheid die achterna gestuurd zal worden. Papieren in orde, laptop klaargestoomd.
Laat dat Erasmusgedoe maar komen. Maar bovenal de zon (neen, ik wrijf het er vooral niet in hoor).
Silent Shout
Om ‘n doel te vinden, om te weten wat ik wil doen met mijn leven, moet ik eerst weten wie ik ben. Ik had gehoopt dat wanneer mijn haren electric blue waren, er ergens een licht zou gaan branden, op ‘t einde van één der tientallen tunnels, zodat ik niet langer in het duister rondtast naar té veel mogelijkheden. Ze zijn echter grauwgrijs geworden met een vaag vermoeden van blauwheid.
Of hoe je een midlifecrisis hebt op je twintigste.
Treinreizen en eyecandy.
Ik reis graag met de trein. De cadans van de zich door de weiden voortslingerende trein geeft me een gevoel van rust en wereldsheid, zelfs in de zakdoek die dit land is. Over het algemeen ben ik daarbij een voorstander van ‘n milde vriendelijkheid onder de mensen. Niet opdringerig, maar ook niet volledig oblivious. Ja, dit is tegen jou, meneertje in de trein. Als je merkt dat het gesprek dat je voert slechts in één richting gaat, terwijl de andere persoon (in dit geval van de vrouwelijke soort, haar met een kleur die het best beschreven kan worden als peper & zout, Limburgs accent en nogal geïrriteerd) een plotselinge interesse heeft ontwikkeld voor de moliculaire structuur van het meest dichtbijzijnde punt in het treinraam voor haar neus, één tip: hou uw bakkes! En probeer vooral niet in één of andere randachterlijke poging jezelf voor te stellen als een man met ietwat intelligentie (I guess you weren’t using the family’s braincell at the moment) tegen een ander persoon met een complete desinteresse in wat er dan ook uit je mond komt een opmerking te geven over voetbal. Voetbal, really? Ohja, en je mocht van geluk spreken dat de deodorant (pepperspray is bij wet verboden heb ik me laten vertellen) zich net iets te ver in haar spullen had verstopt, want na die ‘toevallige’ (you ain’t foolin’ nobody) aanraking van haar knie, had ze die met alle plezier in je oog willen rammen. Euhm. Ter afwering in de vage richting van je gezicht willen sprayen. Dit is dan ook een milde (van een understatement gesproken) waarschuwing naar alle zichzelf interessant willen makende (and I hate it to break this to you, but that is one quality you’ll never possess) vieze venten daar in de buitenwereld: next time zal ik zonder vrees mijn met cyanide gevulde wijsheidskies (ken je het concept?) op je afsturen. Don’t say I didn’t warn you.
Daartegenover, van die hmmrrr jongens met halflang blond haar, net de puistjes en, hopelijk voor hen, natte dromen ontgroeid maar nog niet tot de baardige fase aangekomen, die met ‘n halftwijfelende blik in hun idon’tcarewelke kleur ogen vragen of de 45 nu al weg is terwijl ze bijna twee hoofden boven je uittorenen, steunend in hun zwarte allstars: die mogen me elk moment van de dag storen in mijn uithetraamgestaar.
Dat moest er even uit. Bij deze zijn zowel mijn misantropische als hormonale driften weer onder controle. Dankjewel Freud.
Collide.
We zijn al weer een hele tijd verder in dit leventje. Het is woensdagavond tijdens de tweede week van de paasvakantie en dit boerendorpje hangt me m’n keel uit. Gelukkig is er nog de plaatselijke bibliotheek die wat verlichting in mijn lijden kan brengen. Kan ik niet heerlijk overdrijven, zo af en toe? Ik sta weeral achter met mijn lijstje films, boeken en aanverwant zogenaamd kunstzinnig gedoe. De stukjes bewegend beeld die ik me herinner:
26) Elektra **
Al was het maar om Jennifer Garner in dat heerlijke rode pakje te zien.
27) The Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring ****(*)
Behoeft geen uitleg denk ik zo.
28) Finding Neverland **(*)
29) Diarios de Motocicleta ***(*)
30) Hook **
Wie vindt Gwyneth Paltrow? En deze was slechts een pover vervangmiddel voor de film die ik eigenlijk had willen kijken, namelijk The Wizard of Oz, met de immer schitterende Judy Garland. Dat wordt ‘n keertje huren/misschien zelfs aanschaffen.
Papieren versies van de werkelijkheid:
7) Wees Wegwijs!
Urgh, moet ik dit zelfs maar een cijfer geven?
8) Antonio de Guevara – Epistolas Familiares
De rest van de titel laat ik, erg bewust, achterwege. Dit was een meer dan 400 (!) jaar oud boek dat ik in kader van mijn paper van Wetenschappelijke Vaardigheden moest bespreken. Dit kan ik je wel zeggen: die paginering van de eind 16e eeuwse drukkers, ‘t trekt nergens op. Allerlei andere boeken passeerden tijdens deze paper mijn revue, maar daar ga ik niet mee vervelen.
9) Ernesto Guevara de la Serna – Notas de Viaje ***
10) Alison Baird – Kronieken van Willowmere 1: Heksen van Willowmere **(*)
Ach, kijk me zo niet aan lezer! Alsof jij er niet af en toe stiekem naar verlangt om hetzelfde als de personages te kunnen. Toegegeven, de schrijfstijl is ietwat kinderachtig voor mijn leeftijd (hau-tain), maar om deze uit literair oogpunt bekeken misstap goed te maken, ben ik eindelijk maar in Ik ook van jou begonnen. Ik heb tenslotte nog enkele dagen vakantie, een meer van tijd om nog enkele boeken te verorberen (leren? universiteit? nog nooit van gehoord).
We might get on.
Goh, ging ik hier niet elke dag iets posten? Ging ik niet over elk boek/film/concert een recensie schrijven, om zo beter te onthouden waar ‘t ook alweer over ging? Voornemens zijn inderdaad niet mijn ding, maar wie kan zich er nu wel aan houden? 3 vraagzinnen achter elkaar, en dan nog retorisch, dat is toch wel ‘n mooi begin.
Gisteren was er de kienavond van de Roodkapjes / VKSJ, waar ik toch wel leidster bij ben. ‘t Is een vreemd volkje, die kieners. Gigantisch serieus, en kwaad kijken dat die kunnen doen wanneer iemand eens lacht of ademt! Voor de rest vond ik het euhm.. erg tof? Als tof tegenwoordig saai heet. Maar ‘t was voor een goed doel, de kas, het kamp! Ook het socializen met de Jimmers (lees: pubermeisjes die ’s nachts dromen over Bill van TH, maar met voldoende zelfhumor/kennis om dat allemaal te relativeren) lukte beter dan gedacht. Dat doe me er aan denken dat ik aan het verslag over de paasactiviteit moet beginnen, en nog moet beginnen aan mijn paper van Woord & Beeld, en me eigenlijk nog moet gaan omkleden (lang leve Muppet show pyjama’s!).
Hierbij deel ik mijn voornemen voor volgende week mee (wie zei ook alweer dat voornemens niets voor mij waren?) dat ik enkel naar de PTP TD ga gaan, en voor de rest ga studeren / werken aan mijn duuzend papers. Er is natuurlijk ook nog Ben X gratis in de UGC (mét inleiding van Nic Balthazar!). En ik heb Sweeney Todd nog altijd niet gezien. Was er ook geen cantus?
Ja amai, ‘t studentenleven is toch hard.