Marruecos part I.
Na toch wel meer dan een maand hints droppen, komt hier dan toch datgene waar iedereen vast op heeft gewacht: het reisverslag van ‘t verlengd weekend Marokko. Toen in België en Nederland vol spanning aan het wachten waren op de komst van Sinterklaas, en belangrijker, de vele pakjes die ze zouden krijgen, pakte ik mijn rugzak om samen met partners in crime Heleen en Caroline een buiten-Europees avontuur te ondernemen. Zwemmen naar Marokko, hoewel dat misschien aanlokkelijk lijkt met de huidige temperaturen in België, hebben we toch maar gelaten en namen dan maar op vrijdag ‘n bus naar Tarifa. Op weg/zoek naar de plaats vanwaar onze ferry zou vertrekken, maakte ik een sprongetje toen ik volgend verkeersbord tegenkwam.
Tweetalig Arabisch-Spaans zowaar (jaja, ik ben een seut als het op dergelijke taalverwante zaken aankomt, en er nog trots op ook)! Nadat we zowaar de beste tapa’s ooit binnengemoffeld hadden, werd er nog een kleine vuelta gemaakt doorheen de windsurfhoofdstad van West-Europa. Flauweriken die we zijn, werd er (dwaas) geposeerd voor foto’s, een trend die het hele weekend werd volgehouden.
Het onvermijdelijke kon echter niet langer uitgesteld worden, waarop we gingen aanschuiven om onze papieren van ‘t reisbureau om te ruilen voor geldige tickets om de ferry te mogen betreden. Na een kort moment van paniek (hé, hier staat op dat we morgen de ferry al terugnemen, dat kan niet!) verzekerde één van de werknemers ons dat de datum niet uitmaakte (no te preocupes, zoals ‘k wel al duuzend keer heb gehoord hier in España). En daar stond ze dan, de catamaran die ons in een dik halfuur naar een ander continent zou brengen.
Stiekem is dat trouwens de ferry waar we mee zijn teruggekeerd, aangezien Heleen de snuggere move ‘hé laat ik al mijn belangrijke papieren uit mijn portefeuille laten vallen en ze door de wind laten meevoeren’ perfectioneerde, waardoor wij gedrieën als een bende jachthonden op speed achter de konijnen documenten aanrenden, om dan het grootste gedeelte van de overtocht al wachtend te spenderen om onze paspoorten te laten afstempelen.
Duisternis was reeds ingetreden toen ik voor de eerste maal voet zette op Marokkaanse bodem, waar een klein busje met chauffeur ons reeds stond op te wachten om ons naar hotel Chellah te brengen. De rest van de avond werd doorgebracht in onze kamer en de hotellobby alwaar we onze eerste officiële Marokkaanse Muntthee dronken, nadat we uiteraard erg exotisch hadden gegeten (lees: hamburger voor mij en kebab voor die anderen). Het licht knagende gevoel dat we overal werden aangestaard tijdens onze korte avondwandeling in Tangiers (Tánger voor de Spanjaarden onder ons) dook toen voor het eerst op.
Dat hele gedoe van goud en morgenstond was duidelijk niet aan ons besteed toen we onze de volgende dag naar ‘t ontbijt begaven, dat trouwens voldoende uitgebreid was. De zaterdag brachten we door met het verkennen van Tangiers zelf, en dat betekende vooral: de Medina. Net voordat we dat stadsgedeelte bereikten waren we niet alleen al bijna twintig keer omver gereden (Arc de Triomphe, you met your match), maar dwaalden we ook doorheen een havengebied wat duidelijk niet voor de toeristen bestemd was. Maar, de Medina! Al die kraampjes en verkopers, onmogelijk om te begrijpen totdat je ‘t hebt meegemaakt. Zoals wel geweten is, heb ik een zwak voor all things Nabije Oosten getint, maar om al die verkopers en kraampjes in de huizen samen te zien.. er klopte gewoon iets niet aan het totaalbeeld. De vloek van het toerisme, waar ik/wij door onze aanwezigheid aan meehielpen. Dat terzijde heb ik er wel degelijk spulletjes gekocht, zoals een theepot met grote onderzetter! Of het echt kwaliteit is vrees ik voor, but I love it anyway.
Aangezien Tangiers zo dichtbij het Europese vasteland ligt, zijn er al heel wat buitenlandse naties gepasseerd. Zo ook Groot-Brittanië, die toch wel ‘n tof kerkje met duidelijke Arabische invloed oprichtte, St. Andrews genaamd.
Of hoe twee culturen samengebracht worden.
‘k Vond het trouwens fan-tas-tisch dat de meeste mannen in Marruecos rondliepen gekleed als halve tovenaars. Nee, dat is niet beledigend bedoeld en ja, ik twijfel er niet aan dat ‘t een religieuze betekenis heeft. De wereld zou er heel wat vrolijker uitzien mochten meer mensen lange jassen met een puntkap zouden dragen! But maybe that’s just me.
Er werd trouwens serieus overwogen (door mij toch in ieder geval) om in bovenstaand Escheriaans (één van de eerste gedachten toen ik ‘t zag) huis te gaan wonen. Schoonheid in het midden van een stad die overgenomen werd (en wordt) door moderne gebouwen. Toen ik deze foto nam stond ik trouwens in de tuin van het Museum van de Moderne Kunst, en tussen de muur en de omheining liep wel degelijk nog een straat. Oh perspectief where art thou?
Dag twee van het Marokkaanse avontuur werd afgesloten met authentieke decadentie: het Da Vinci café.
Ja, dat smaakte.
In het tweede deel van dit reisverslag zal U omver geblazen worden met verdere avonturen, dus ga alvast op zoek naar een parachute! Of euhm.. zo.
Op weg
naar Marruecos! Samen met de twee knapste grieten uit Leuven, H. en C.. Dit wordt mijn eerste keer buiten Europa, en het is een understatement te zeggen dat ‘k het wel spannend vind.
Aangekomen II.
Omdat chronologie toch maar verveeld, wordt het verhaal vervolgd op een iets minder lineaire manier, maar wel op de tonen van El Tattoo del Tigre. Schuin tegenover het gebouw waar ik in woon ligt trouwens een tattoo en piercingshop. De verleiding! (hier hoort een gniffelende blik gericht op de Ouders bij)
We pikken de draad weer op bij de landing in Jerez (goed zo, wat een originele uitdrukking hoor). Toen ik al ietwat bekomen was van de warmte (in het centrum stond een scherm waar 38° op aangegeven stond, en ‘t was geen Fahrenheit), zag ik daar toch wel niet..

..mijn eerste Spaanse palmboom! Daar stond ‘ie dan palmig te wezen. Het deed me met een steek in het hart terugdenken aan mijn geliefde Arthur 1, moge hij rusten in vrede.
Als je de naam ‘Jerez de la Frontera’ hoort, lijkt daar een statige luchthaven bij te horen, met een stuk of 150 gates of iets dergelijks. Wat was de realiteit even anders.

Één vliegtuig was geland, het onze. Voor de rest stond er geen enkel en was er geen in aantocht. De hal was zo groot als één helft van de Antwerpse studentenresto (voor zij die er al zijn geweest) met één kofferband. Wat was dat even anders dan gigantisch (voor deze Limburgse boerentrienmeid) Zaventem. Het spande er even om of ik mijn bus wel zou halen, maar uiteindelijk had ik nog 5 minuten over. In al deze gebeurtenissen was er op de achtergrond een ander meisje/jongedame aanwezig, tot op de bus toe. Omdat het toeval in het universum in gevallen in deze zijn grenzen heeft, werd ik aangesproken en jawel: zij was ook een erasmusstudente op weg naar Cádiz, wel van de universiteit van Leuven, maar dat heb ik voor die keer maar over het hoofd gezien, met de klinkende naam Caroline. Na dat eerste awkard gesprek, zoals die steeds zijn, uiteraard GSMnummers uitgewisseld. En ja hoor, daar reden we over de brug naar Cádiz (mijn opmerking: tiens, hier is zoveel water, dat kan toch geen rivier zijn. Dat is misschien een soort meer ofzo? -C. zei: Dat is waarschijnlijk de zee, en dat Cádiz. -Ik weer: Ahja, waarschijnlijk.). In het station werd ik opgewacht door mijn huisbazin A. en haar inwonende Amerikaanse student die weigerde dat C. en ik onze eigen koffers zouden voortsleuren. Op zo’n momenten weet ik wel mijn mond te houden. Dan aangekomen in een Italiaans (juist, dat dacht ik ook) restaurant zat daar toch wel niet Tom zeker, de andere Antwerpse uitwisselingsstudent die toch wel niet toevallig mijn kotgenoot bleek te zijn!
Na de eerste zaken uitgepakt te hebben en wat overlegd met huisbazin A. keerden T. en ik terug naar dat restaurantje om wat te eten. Enkele indrukken die me niet per sé tijdens ‘t eten overkwamen, maar niettemin het vermelden waard zijn:
1) Er zijn héél veel palmbomen in de stad Cádiz en omstreken.
2) Tijdens de busrit kwamen we langs een park. Zonder gras.
3) Alles is omheind in Spanje en voorzien van tralies.
4) Tot nu toe heb ik één Engelstalig en één Italiaans liedje gehoord. Voor de rest àlles in het Spaans.
5) Vliegen met een verkoudheid is toch niet echt aan te raden, want de niet-kabouter plop blijft toch nog wel een heel tijdje aanwezig.
Een eerste verkennende wandeling kon uiteraard ook niet ontbreken en mijn voeten proefden zo ook voor de eerste van -waarschijnlijk- vele keren van het Andalusische gedeelte van de Atlantische Oceaan. Dit zag ik gedurende de fijnproeverij van mijn onderste ledematen.

Daarna ging het rustig aan terug naar ons kot/appartement (foto’s zullen nog wel volgen, panikeer niet!), maar niet zonder dat we een bijna Tolkiaanse boom passeerden, die ook niet zou misstaan in een Toro-film (moeha, zie mij met referenties strooien seg).

Dat was het toch uiteindelijk redelijk chronologisch verslag van dag één. Maar we zijn al een dag verder! Vol met bl*te tett’n, tomatrika’s, ‘vale’s en zonneschijn. Kwestie van cliffhangers te creëren hé!
——————————————–
1Arthur was een palmboom die, samen met enkele cactussen, de taak van huisplant had. Jammer genoeg is hij in april overleden.
Aangekomen I.
Que día. Kwestie om het voor een keertje eens chronologisch te doen, zodat iedereen mee kan.
7h05
Mijn GSM vertelt me met zijn zoetgevooisde getsjingel dat het tijd is om de warme wereld der dekens te verlaten en de koude ochtendlucht te trotseren. Voor de eerst keer in de geschiedenis der deze persoon reageer ik er vrijwel meteen op en neem wat mijn laatste tas Belgische koffie zal zijn tot mij.
8h
Alle papieren aan boord en het grote rode koffer er bij zet drie kwart van het gezin de reis in die slechts één vierde zal vervolledigen.
8h49
De trein richting Brussels Airport (met overstap in Leuven) tuft al stomend (ok, niet echt, maar geef toe: dat zou toch een mooier beeld zijn geweest) het Genkse station uit.
10h
Paniek op de boerderij trein! Deze laatste heeft vertraging en daardoor zullen de drie eerder vernoemde inzittenden hun aansluiting missen naar de luchthaven!
10h45
Dankzij de koelbloedigheid en vereende krachten wordt er in Brussel-Noord plaatsgenomen op de trein naar -je raadt het nooit- de luchthaven.

12h20
Het grote rode koffer is ingecheckt, afscheid genomen, handbagage gecontroleerd en riem terug aangedaan. Blijkt dat gate B-28 tien minuten wandelen is, terwijl het boarden op dit uur al begint. Dankzij de geweldige rolvloer (dat moet gewoon als voetpad geïnstalleerd worden, schitterende uitvinding!) komen Eend (een naam moet nog bedacht worden) en mezelf toe aan de gate.
12h47
Eindelijk mag er ingestapt worden. Een knagend gevoel komt opzetten, want er is niet veel speling met de uren. Waarom had ik ook alweer busuren opgezocht?
16h05
Met een plop (niet de kabouter) in de oren word ik bijna omvergeblazen, niet door de wind, maar door de hitte. Ik ben gearriveerd in Jerez de la Frontera.

Hoe maar, je ging toch naar Cádiz? Inderdaad, en de rest van dit onwijs spannende verhaal volgt de volgende keer! Want zo’n dag reizen is best uitputtend, niet zo erg als bij kotgenoot T., maar toch.
Your skin is pale white and ice-cold.
Daar gaat mijn buik zich als ‘n worstenbroodje in een oven van voelen (nee, niet klaar om verslonden te worden door een afgrijselijk beest maar wel knus en warm en jadajada), die onverwachte ‘hé ‘t is al lang geleden en ik mis je toch wel’ outreaches van mensen die me ten midden van dit alles iets kunnen schelen. Ik weet van mezelf dat ik vaak en te veel wel eens pleeg te denken dat iedereen eigenlijk alleen is in deze wereld, maar als ik dan zo’n mail of aanverwant postvervangend middel ontvang, lukt het me weer beter om dat misanthropisch kantje iets langer in ‘n hoekje van mijn persoonlijkheid weg te steken.
Wat een hagel trouwens deze middag, om maar over het weer te praten! Het hagelde binnen in de bus, ten gevolge van een defect dakraam. Dit zorgde dan wel weer (ha-ha) voor lichtelijk hilarische toestanden met betrekking tot het laag uitgesneden bloesje van mijn buurvrouw. Daar hoef ik geen tekening bij te maken, toch? Na de beklemmende temperaturen van de laatste dagen was dat wel verfrissend. De regen that is.
Ik kon tijdens mijn reis naar Antwerpen er echter niet aan weerstaan (chronologie zit er vandaag niet in) om toch in het tweede Boek van Oran te beginnen, wat ik eigenlijk al een tijdje terug heb gelezen, maar te lang geleden om direct aan het derde te beginnen (‘vervelend’ probleem). Af en toe iets te Hollands vertaald, maar voor de rest ‘n genietbaar fantasyboek. Van hieruit komen we dan bij de laatste twee boeken die ik heb gelezen, de eerste twee van de Twilight tetralogie, geschreven door Stephenie Meyer. Hoewel toch duidelijk gericht op een adolescent publiek, heb ik er van genoten. ‘t Kan wel gerelateerd zijn met het vampiercomplex dat ieder zelfverklaard fantasy en gothic literature fanaat heeft meegemaakt. Of euhm, niet?
20) Stephenie Meyer – Twilight, een levensgevaarlijke liefde ***(*)
21) Stephenie Meyer – Nieuwe Maan **(*)
En er komt zowaar om 12 december van dit jaar, in Amerika althans, een film uit gebaseerd op het eerste boek. En nee, ik heb de teaser trailers niet al duuzend keer bekeken omdat ik bijna in zwijm val bij ‘t zien van Robert Pattinson als Edward Cullen, zoals duuzend tienermeisjes. Serieus nu: ik ben vooral benieuwd naar de acteerprestaties in deze film, aangezien men gekozen heeft voor minder bekende acteurs die ik zelf nauwelijks heb bezig gezien in andere films en daardoor ook niet zo goed weet wat te verwachten.
Nog ‘n laatste ondertussen al door velen voor mij gezegde oproep maar daarom niet minder waar: ga The Dark Knight kijken!