Treinreizen en eyecandy.

Ik reis graag met de trein. De cadans van de zich door de weiden voortslingerende trein geeft me een gevoel van rust en wereldsheid, zelfs in de zakdoek die dit land is. Over het algemeen ben ik daarbij een voorstander van ’n milde vriendelijkheid onder de mensen. Niet opdringerig, maar ook niet volledig oblivious. Ja, dit is tegen jou, meneertje in de trein. Als je merkt dat het gesprek dat je voert slechts in één richting gaat, terwijl de andere persoon (in dit geval van de vrouwelijke soort, haar met een kleur die het best beschreven kan worden als peper & zout, Limburgs accent en nogal geïrriteerd) een plotselinge interesse heeft ontwikkeld voor de moliculaire structuur van het meest dichtbijzijnde punt in het treinraam voor haar neus, één tip: hou uw bakkes! En probeer vooral niet in één of andere randachterlijke poging jezelf voor te stellen als een man met ietwat intelligentie (I guess you weren’t using the family’s braincell at the moment) tegen een ander persoon met een complete desinteresse in wat er dan ook uit je mond komt een opmerking te geven over voetbal. Voetbal, really? Ohja, en je mocht van geluk spreken dat de deodorant (pepperspray is bij wet verboden heb ik me laten vertellen) zich net iets te ver in haar spullen had verstopt, want na die ‘toevallige’ (you ain’t foolin’ nobody) aanraking van haar knie, had ze die met alle plezier in je oog willen rammen. Euhm. Ter afwering in de vage richting van je gezicht willen sprayen. Dit is dan ook een milde (van een understatement gesproken) waarschuwing naar alle zichzelf interessant willen makende (and I hate it to break this to you, but that is one quality you’ll never possess) vieze venten daar in de buitenwereld: next time zal ik zonder vrees mijn met cyanide gevulde wijsheidskies (ken je het concept?) op je afsturen. Don’t say I didn’t warn you.

Daartegenover, van die hmmrrr jongens met halflang blond haar, net de puistjes en, hopelijk voor hen, natte dromen ontgroeid maar nog niet tot de baardige fase aangekomen, die met ’n halftwijfelende blik in hun idon’tcarewelke kleur ogen vragen of de 45 nu al weg is terwijl ze bijna twee hoofden boven je uittorenen, steunend in hun zwarte allstars: die mogen me elk moment van de dag storen in mijn uithetraamgestaar.

Dat moest er even uit. Bij deze zijn zowel mijn misantropische als hormonale driften weer onder controle. Dankjewel Freud.

Dit bericht werd geplaatst in Antwerpen, eigenheid, Limburg. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s