Over schaapjes en appels.

En mijn virtuele stem keert weder, en nu iets vlugger dan ervoor. De woensdag van de kot-warmingparty was er nog iets belangrijks gebeurd: het Erasmusontbijt! Met de kotgenoten vertrokken we dan ook ruim *kuch* op tijd naar het indrukwekkende gebouw van de economiefaculteit, waar we plaatsnamen in een soort cinemazaal. Enkele belangrijke personen van de universiteit (lees: rector en toestanden) heetten ons welkom en vertelden ons niks nieuws. Een wenkbrauwoptrekking was de opmerking dat er 1000 Erasmusstudenten studeren aan de verschillende campussen van de universiteit wel waard. Als tussenvoegsel kregen we een flitsend reclamefilmpje te zien over de universiteit van Cádiz, die, buiten het vermelden dat er een James Bond film gedeeltelijk opgenomen is op het strand, nul inhoud had, maar zeker wel geapprecieerd zou zijn door de grafische ontwerpers onder ons.

Hier zie je hoe ik Gosia afleid door iemand een foto laten te nemen en stiekem een koffiekoek wegmoffel. En hoewel de Spanjaarden hier wel hun best doen, de patisserie van hier moet toch fameus onderdoen voor de Belgische bakkers. Nog zoiets! Hier bestaat dus geen brood in de zin van ‘hallo, een grijs dungesneden en een multigranen asjeblieft’. Met veel geluk kan je een wit brood met knoesten van sneetjes ontdekken onder de stokbroden en links van de krakers, wat ik hier dan ook over ’t algemeen eet. Had ik ’n keer een granenbroodje ontdekt, rekenen ze daar belachelijk veel geld voor aan. Oh Belgisch brood, u wordt gemist! In de namiddag na het ontbijt en voor de party werd er languit op het strand gelegen en naar de groene boei gezwommen (even een insider daar, geen mopje, want er ligt effectief een groene boei een heel eind in de zee, waar uiteraard bijna elke keer naartoe gezwommen wordt).

Zoals sommige van jullie weten (ja, ik ga ervan uit dat niet alleen mammie mijn blog leest) hou ik er nogal van om me te verkleden, liefst nog in kader van een gala nocturna, fantasy convention of larp toestand. Wat een toeval dat er toch wel niet vorig weekend een ‘Salón de Manga’ plaatsvond in Cádiz en dat mijn kotgenoot Hector een gigantische Dragonball Z fan is!

Voor zij die een beetje verloren zijn bij het concept Manga of Anime: G00gle is je vriend. Ikzelve cosplayde (wat zoveel betekent dat ik me heb verkleed als een personage uit een comic / animation serie -omdat tekenfilm zo infantiel klinkt-) als Misa Amane uit Death Note. Ik denk dat mijn rode appel minstens duuzend keer is gevallen en bijna evenveel keer aangevallen door mister Hector. Uiteraard was ik niet de enige die zo zot was om zich te verkleden. Zo kwam ik er toch wel niet the Joker tegen? Een voetnoot hierbij is dat R. op mijn afscheidsfeestje eigenlijk een angstaanjagendere Joker neerzette, minder overdreven make up in ieder geval. De Spaanse had in ieder geval de houding juist.

De magic trick met het potlood heeft hij jammer genoeg niet overgedaan (voor zij die met een bedenkelijke blik naar hun pennenzak kijken en geen idee hebben wat ’n potlood nu mis kan doen: kijk de film en wees verlicht!). Iets minder aan het hele avontuur: ik had schoenen geleend van Heleen (een studente uit Leuven), maar dat resulteerde wederom in blaren. Ik leer het ook nooit.

Maar dat alles vergaat in het niets bij het hoogstaande bezoek dat Tom en ik ontvingen uit Sevilla vorig weekend! Niemand minder dan twee andere Antwerpse studenten: Klaartje en Tim! Onze eerste logische activiteit was naar het strand en zwemmen, aangezien de arme Sevillaanse schaapjes geen oceaan in hun achtertuin hebben liggen. Toen we daar van terugkeerden, gebeurde er iets geheel onverwachts te huize Cobos.

Het ongelooflijke is niet zo zeer dat de Poolse meisjes frietjes aan maakten (we konden er zelf niet aan weerstaan), maar ze wouden ze maar één keer bakken! Zo’n heiligschennis konden we natuurlijk niet toestaan en na veel overtuigen zijn dan toch overgegaan tot het voorbakken en afbakken en ze gaven het toe: de frietjes smaakten veel beter! Bewijs nr. 1 dat België de échte frietjesnatie is. Na dit voorgerecht gingen die vier van ’t Stad voor de eerste keer (in mijn geval toch) paella eten! Waar de kok zijn kruiden had gestoken weet ik niet, maar toch ieder geval niet in mijn paella met zeevruchten, die niet schitterend was, maar ook niet té onsmakelijk om te laten staan.

Als een soort voorgerecht kregen we ook brood en stokjes (wat we niet hadden besteld, maar wel voor moesten betalen, zoek de logica) en er kwam een vervolg op het käseflips von crusticroc-moment, voor de gelukkige personen die dat hebben mogen meemaken.

Het zijn weer die van Antwerpen zeker? Na zo’n overvloedige maaltijd moeten al die calorieën er afgewandeld worden. Zo kwamen we langs vele mooie gebouwen en grote bomen die wel weggewandeld lijken uit Lord of the Rings.

Net buiten beeld stonden 5 gigantische eekhoorns klaar om aan te vallen. Echt waar!

Grote boom, kleine meisjes. De wandeling bracht ons allen vervolgens naar San Sebastian, een fort waar ik bij daglicht eens foto’s van ga maken. Quite impressive.

Zondag (aah, de chronologie) zijn de Sevillaanse schaapjes nog wat op het strand gaan liggen en hebben verder den toerist uitgehangen. Zelf ben ik -als mijn geheugen me niet in de steek laat- een ijsje gaan eten met ’n groepje Mussen (heb je ‘em), om naderhand de kudde weer te vervoegen (de beeldspraak, waar blijf ik ’t toch halen).

Omdat random foto’s nu eenmaal dolle pret zijn.

Mijn eigen persoonlijke versie van ‘Waar is Waldo?’ met de immer charmante Gosia op de voorgrond.

Ooooh, ain’t international friendship grand?

En nu ga ik naar het frietenfestijn (oh, alliteratie is my middle name) bij Caroline, in de hoop dat het niet gaat regenen. Want uiteraard heb ik geen jas en geen paraplu ingepakt, ahnee, ik zit toch in Spanje en daar regent het noooit. Yeah right, de mensen die dat beweren moeten toch maar eens afkomen naar Cádiz (als in: bezoek is steeds welkom, behalve in de weekends dat ik in andere steden vertoef)! Ik moet misschien wel ’n beetje nuanceren: op de bijna vier weken dat ik hier nu ben heeft het misschien drie of vier dagen geregend en voor de rest scheen het zonnetje bij +25°C. Oh ja, ik wrijf het er erg graag in, maar zoals gezien kan worden op de foto’s zit bruin worden er voor mij duidelijk niet in. Ik zal precies altijd de Limburgse Witte blijven.

Dit bericht werd geplaatst in avonturier, Cádiz. Bookmark de permalink .

2 reacties op Over schaapjes en appels.

  1. DD zegt:

    Dat wit blijven heeft wel een voordeel.
    Als je iets te ver de zee in zwemt en de kustwacht pikt je op zullen ze onmiddelijk geloven dat ge niet van Marroko ofkomt :)

  2. Pingback: Gezocht « hivernale

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s